Je speelt het met 5 metalen bikkels, oorspronkelijk waren dat schapenknokkels.
Doel van het spel: Probeer als eerste de 5 rondes foutloos te doorlopen. Dit doe je door alle bikkels correct op te pakken van een vlakke ondergrond en dat volgens een vaste volgorde en zonder fouten. Wie het verst geraakt, wint. Maak je een fout, dan is je beurt voorbij en is de volgende speler aan de beurt.
Stap voor stap
Vooraf: Leg alle 5 bikkels los op de grond en neem één bikkel (de werpbikkel) in de hand.
Ronde 1. Eén-op-één
- Gooi de werpbikkel licht omhoog.
- Raap één bikkel van de grond op.
- Vang de werpbikkel weer op vóór hij de grond raakt.
- Herhaal tot alle 4 bikkels zijn opgepakt.
Ronde 2. Twee-op-twee
- Gooi de werpbikkel omhoog.
- Raap twee bikkels tegelijk op.
- Vang de werpbikkel.
- Herhaal met de overige twee.
Ronde 3. Drie-en-één
- Eerst drie bikkels tegelijk oprapen.
- Daarna de laatste ene.
Ronde 4. Vier tegelijk
- Gooi de werpbikkel omhoog.
- Raap alle vier bikkels in één keer op.
- Vang de werpbikkel.
Ronde 5. Het ‘bruggetje’ (klassieke afsluiter)
- Maak met duim en wijsvinger een boogje op de grond.
- Rol of tik de bikkels één voor één onder het bruggetje door, vaak met vaste afstand.
- Elke bikkel die correct passeert, telt.
Maak je een fout, dan is je beurt voorbij en is de volgende speler is aan de beurt.
Fouten zijn:
- De werpbikkel valt.
- Je meer dan één bikkel tegelijk raakt.
- Je een verkeerde bikkel oppakt.
Einde van het spel: Wie als eerste alle rondes foutloos voltooit, wint.